Home › Gemiddeld energieverbruik

Gemiddeld energieverbruik in Nederland

Door Laurens Arends · bijgewerkt 19-09-2026

Voor 2026 raamt het Planbureau voor de Leefomgeving gemiddeld 928 m³ gas per aardgaswoning en 1.747 kWh netto-elektriciteit per woning. Bij het prijspeil van januari 2026 berekent het CBS voor een gemiddeld huishouden een energierekening van € 1.993 per jaar, € 52 minder dan een jaar eerder.

Wat bedoelen we met gemiddeld energieverbruik?

Milieu Centraal noemt op basis van de CBS-cijfers over 2024 gemiddeld 1.040 m³ gas en 2.430 kWh elektriciteitslevering voor woningen met een individuele cv-ketel of blokverwarming. Het PBL raamt voor 2026 gemiddeld 928 m³ gas per aardgaswoning en 1.747 kWh netto-elektriciteit per woning. Vooral het verslagjaar en het verschil tussen bruto- en netto-elektriciteitslevering verklaren waarom deze cijfers uiteenlopen.

Het gemiddelde energieverbruik dat het CBS gebruikt, is gebaseerd op de netto-elektriciteit. Dat wil zeggen dat de teruggeleverde zonnestroom wordt afgetrokken. Sommige bronnen gebruiken de bruto-elektriciteitslevering en geven de teruglevering apart aan. De vraag is ook welke woningen in het gemiddelde zijn opgenomen. Soms neemt men bijvoorbeeld alleen woningen met gasverwarming op.

Dat doet men omdat woningen met warmtepompen het elektriciteitsgemiddelde sterk opdrijven en het gemiddelde gasverbruik sterk doen dalen. Hierdoor schetsen de cijfers een vertekend beeld. Dat zijn meetkeuzes die op zich geen probleem zijn, als ze maar transparant worden verantwoord. Controleer in ieder geval altijd de definitie voordat je jouw gemiddelde stroomverbruik of gemiddelde gasverbruik met de cijfers vergelijkt.

Een landelijk gemiddeld energieverbruik is hoe dan ook moeilijk te vergelijken. Zo zal het gemiddelde energieverbruik van een 1 persoons huishouden lager liggen dan het gemiddelde energieverbruik van een 4 persoons huishouden.

Hetzelfde geldt voor het gemiddelde energieverbruik van een nieuwbouwrijtjeswoning ten opzichte van dat van een vrijstaande villa uit de jaren zestig. Vergelijk dus altijd met vergelijkbare cijfers en houd rekening met het woningtype, het aantal bewoners, het bouwjaar, de verwarmingsinstallatie en het al dan niet aanwezig zijn van zonnepanelen.

Gemiddeld stroom- en gasverbruik in Nederland

Het gemiddelde stroom- en gasverbruik in Nederland geeft een eerste indruk, maar zegt weinig over jouw persoonlijke situatie. Het energieverbruik hangt onder meer samen met de huishoudgrootte, het woningtype, de woonoppervlakte, het bouwjaar, de isolatie en de manier waarop je de woning verwarmt. Daarom splitsen we de Nederlandse CBS-cijfers verder uit. Zo kun je jouw verbruik vergelijken met huishoudens en woningen die beter op jouw situatie aansluiten.

Voor de tabellen gebruiken we geen buitenlandse huishoudgemiddelden. Voor Nederland zijn gedetailleerde CBS-metingen beschikbaar die al diepgaande inzichten bieden. Bovendien verschillen het klimaat, de woningvoorraad en verwarmingssystemen te sterk per land om verbruikscijfers rechtstreeks met elkaar te vergelijken.

Buitenlands onderzoek kijkt soms wel uitgebreider naar bijvoorbeeld het isolatietype, de verwarmingsinstallatie en het gedrag van bewoners. Zulke studies kunnen helpen om verbanden te verklaren, maar vormen geen betrouwbare Nederlandse norm voor het aantal kWh stroom of m³ gas.

Gemiddeld energieverbruik per huishoudgrootte

Het aantal bewoners heeft vooral invloed op het gemiddelde stroomverbruik. Meer bewoners gebruiken vaker de wasmachine, douche, vaatwasser en elektrische apparaten. Het gemiddelde gasverbruik stijgt minder snel bij meer bewoners, omdat ruimteverwarming vooral afhangt van de grootte en isolatie van de woning. Over het algemeen leven grotere gezinnen wel in grotere woningen. Doordat het gemiddelde woonoppervlak bij een groter gezin toeneemt, ligt het gemiddelde gasverbruik in een groter gezin alsnog hoger dan bij een klein gezin.

De onderstaande tabel combineert twee relevante CBS-selecties. De stroomkolom toont de bruto-elektriciteitslevering van alle particuliere woningen. Bruto-elektriciteitslevering betekent hier de levering vanuit het openbare net vóór aftrek van teruggeleverde elektriciteit. Direct in de woning gebruikte zonnestroom is niet gemeten en maakt daarom geen deel uit van deze levering. De gaskolom heeft betrekking op alle woningen. Dat wil zeggen: ook woningen met stadsverwarming of weinig tot geen gasverbruik.

HuishoudgrootteGemiddeld stroomverbruik per jaar (bruto)Gemiddeld stroomverbruik per bewoner (bruto)Gemiddeld gasverbruik per jaarGemiddeld gasverbruik per woonoppervlakte
1 persoon1.650 kWh1.650 kWh730 m³8,7 m³/m²
2 personen2.610 kWh1.310 kWh920 m³7,9 m³/m²
3 personen3.170 kWh1.060 kWh1.010 m³8,4 m³/m²
4 personen3.710 kWh930 kWh1.080 m³8,1 m³/m²
5 personen of meer4.070 kWh750 kWh1.200 m³8,4 m³/m²

Bron: CBS StatLine, Energieverbruik woningen, voorlopige cijfers over 2024. Het gasverbruik is voor temperatuur gecorrigeerd en betreft alle particuliere woningen. De stroomcijfers zijn vóór aftrek van teruglevering en exclusief direct verbruikte zonnestroom.

Een eenpersoonshuishouden gebruikt per persoon relatief veel energie, omdat vaste verbruikers zoals de koelkast, modem, verlichting, keuken en badkamer niet met huisgenoten worden gedeeld. Ook wordt een volledige woning voor één bewoner verwarmd. Dat wil zeggen: een volledige badkamer voor één persoon, een volledige keuken voor één persoon enzovoort.

Dit verklaart het hoge stroomverbruik per persoon en kan het hogere gasverbruik per vierkante meter deels verklaren. Echter, woningtype, bouwjaar, isolatie en stookgedrag spelen eveneens mee. Bij grotere huishoudens wordt het vaste verbruik over meer personen verdeeld, waardoor het stroomverbruik per persoon duidelijk daalt.

Gemiddeld energieverbruik per woningtype

Voor gas zegt het woningtype meestal meer dan het aantal bewoners: het gemiddelde gasverbruik per woonoppervlakte schommelt voor elke gezinsgrootte tussen 7,9 en 8,9 m³/m². Daarom is het nuttiger om te kijken naar het type woning. Een vrijstaande woning heeft meer buitenmuren en doorgaans meer woonoppervlak dan een appartement. Daardoor is meer warmte nodig.

Volgens de CBS-metingen gebruikte een gasverwarmde vrijstaande woning in 2024 ruim twee keer zoveel gas als een gasverwarmd appartement (1.440 m³ ten opzichte van 630 m³). Dat heeft ook sterk te maken met de grootte van de woning. Het gemiddelde gasverbruik per woonoppervlakte schommelt namelijk minder sterk, namelijk tussen 7,6 m³/m² en 8,9 m³/m².

WoningtypeGemiddeld stroomverbruik per jaarGemiddeld gasverbruik per jaarGemiddeld gasverbruik per woonoppervlakte
Appartement1.830 kWh630 m³8,9 m³/m²
Tussenwoning2.530 kWh880 m³7,6 m³/m²
Hoekwoning2.730 kWh1.010 m³8,6 m³/m²
Twee-onder-een-kapwoning3.140 kWh1.150 m³8,5 m³/m²
Vrijstaande woning4.040 kWh1.440 m³7,9 m³/m²

Bron: CBS StatLine, Energieverbruik woningen, voorlopige cijfers over 2024. Stroom betreft alle particuliere woningen. Gas is voor temperatuur gecorrigeerd en betreft alle particuliere woningen. De waarden zijn afgerond op tientallen.

Merk op dat een appartement een hoger gemiddeld gasverbruik per woonoppervlakte heeft dan een vrijstaande woning. Dit is contra-intuïtief en kan verschillende oorzaken hebben. Het betekent echter niet automatisch dat appartementen gemiddeld genomen slechter geïsoleerd zijn.

In een kleine woning worden het gasverbruik voor warm water en koken bijvoorbeeld over minder vierkante meters verdeeld. Dit toont aan dat alleen het woonoppervlakte nog geen goede graadmeter is om verschillen in gasverbruik te verklaren. Dat maakt het vergelijken van het gemiddelde gasverbruik tussen woningtypes erg lastig.

Gemiddeld energieverbruik per bouwjaar

Het bouwjaar geeft een eerste indruk van de oorspronkelijke isolatie en bouweisen. Het zegt niet precies hoe energiezuinig een woning nu is. CBS verandert het geregistreerde bouwjaar namelijk niet na een renovatie. Een woning uit 1930 die na een grondige renovatie dakisolatie heeft, HR++-glas en een warmtepomp blijft in de statistiek een woning uit de periode vóór 1946.

De volgende tabel maakt daarom onderscheid tussen alle woningen en woningen die daadwerkelijk met een individuele cv-ketel of blokverwarming op gas worden verwarmd. In tegenstelling tot bij de vorige tabellen gaat het dus niet om alle woningen. Dit komt de vergelijkbaarheid tussen bouwjaren ten goede.

BouwperiodeStroomlevering bruto per jaarStroomlevering netto per jaarGas alle woningenGas gasverwarmde woningenGas per m² bij gasverwarming
Voor 19462.640 kWh2.110 kWh1.170 m³1.220 m³11,1 m³/m²
1946 tot 19652.400 kWh1.840 kWh1.010 m³1.060 m³11,0 m³/m²
1965 tot 19752.460 kWh1.830 kWh980 m³1.080 m³9,9 m³/m²
1975 tot 19922.410 kWh1.720 kWh890 m³980 m³9,4 m³/m²
1992 tot 20062.700 kWh1.870 kWh800 m³950 m³7,8 m³/m²
2006 tot 20152.630 kWh1.960 kWh640 m³850 m³7,3 m³/m²
2015 tot heden2.890 kWh1.800 kWh330 m³770 m³6,6 m³/m²

Bron: eigen selectie uit CBS StatLine, Energieverbruik woningen, voorlopige cijfers over 2024. Gas is voor temperatuur gecorrigeerd. Brutostroom is de elektriciteit die vanuit het net aan de woning wordt geleverd. Nettostroom is die levering min de teruggeleverde elektriciteit. Direct gebruikte zonnestroom en collectief stroomverbruik van bijvoorbeeld liften en galerijverlichting zijn niet gemeten. De laatste rij omvat binnen deze meting woningen uit 2015 tot en met 2024 (CBS spreekt over “heden” als ze 2024 bedoelen).

Wat mag je uit deze cijfers concluderen?

Bij gasverwarmde woningen daalt het verbruik per vierkante meter van 11,1 m³ in de oudste bouwperiode naar 6,6 m³ bij woningen vanaf 2015. Dat is een verschil van ongeveer 41 procent. De steeds strengere isolatie- en energieprestatie-eisen vormen hiervoor een aannemelijke verklaring.

Het gemiddelde gasverbruik van alle woningen daalt nog sterker, van 1.170 naar 330 m³. Dat verschil van ongeveer 72 procent komt niet alleen door betere isolatie. Van de woningen vanaf 2015 had in 2024 volgens dezelfde CBS-tabel 19,3 procent stadsverwarming. Bovendien worden nieuwere woningen steeds vaker met een warmtepomp verwarmd. Zulke woningen gebruiken weinig of geen gas en drukken daardoor het gemiddelde van de volledige bouwperiode.

Dit is in de bovenstaande tabel niet duidelijk weergegeven, omdat de tabel enkel individuele cv-ketel of blokverwarming op gas meeneemt. Het verschil in het gemiddelde gasverbruik zal in realiteit dus nog groter zijn overheen de verschillende bouwjaren. Voor een vergelijking van de bouwkundige prestaties is het gasverbruik van gasverwarmde woningen evenwel bruikbaarder.

voor
1946
weinig oorspronkelijke isolatie, maar een gemengde woningvoorraad

Woningen van vóór 1946 zijn gebouwd voordat thermische isolatie een belangrijke bouweis werd. Volgens Milieu Centraal waren woningen van vóór 1975 bij oplevering niet of nauwelijks geïsoleerd. Massieve muren, enkel glas en ongeïsoleerde daken en vloeren kwamen veel voor. Toch bestaat deze bouwperiode niet uitsluitend uit kleine, slechte woningen. Volgens CBS en het Kadaster bestaat de nog aanwezige voorraad van vóór 1945 voor het grootste deel uit meergezinswoningen.

Het aandeel vrijstaande woningen is in de voorraad van vóór 1945 beduidend hoger dan in de totale woningvoorraad. Het zijn vooral de grote oude vrijstaande woningen die behouden zijn gebleven, de oude rijtjeswoningen zijn vaker gesloopt. Dat kan gedeeltelijk bijdragen aan het hogere absolute gasverbruik van deze bouwperiode. Tegelijkertijd zijn juist deze woningen al vaak gerenoveerd. Het huidige gemiddelde van 1.220 m³ bij gasverwarming is dus geen meting van de woning zoals die oorspronkelijk werd opgeleverd.

1946
tot 1975
snelle wederopbouw en beperkte isolatie

Na de Tweede Wereldoorlog moest Nederland snel een groot woningtekort oplossen. In de periode 1945 tot 1965 werden daarom veel gestandaardiseerde rijtjeswoningen, portiekflats en andere systeembouwwoningen gebouwd. Volgens het CBS bestaat het grootste deel van de woningvoorraad uit 1945 tot 1965 uit rijtjeswoningen. Binnen de ruimere bouwperiode 1965 tot 1985 loopt het aandeel rijtjeswoningen alleen maar verder op.

Vooral in de uitbreidingswijken uit de jaren zestig en zeventig werden grote aantallen vergelijkbare gezinswoningen gebouwd. Isolatie had in deze periode nog weinig prioriteit. Betonnen geveldelen, beperkte isolatielagen en koudebruggen kunnen het warmteverlies verhogen. Renovatieprogramma’s, nieuwe beglazing en na-isolatie hebben een deel van deze woningen later wel verbeterd. Dat helpt verklaren waarom het gemeten gasverbruik lager ligt dan je op basis van de oorspronkelijke bouwkwaliteit zou verwachten.

1975
tot 1992
isolatie wordt onderdeel van de bouwpraktijk

Vanaf het midden van de jaren zeventig werden woningen standaard beter geïsoleerd. Milieu Centraal omschrijft woningen uit 1975 tot 1983 als matig geïsoleerd bij dak en spouwmuur. Woningen uit 1983 tot 1992 kregen doorgaans matige isolatie in dak, gevel en vloer. Dubbel glas en mechanische ventilatie kwamen eveneens vaker voor. Die verbetering is zichtbaar in de CBS-cijfers. Het gasverbruik van gasverwarmde woningen daalt naar gemiddeld 980 m³ en 9,4 m³ per vierkante meter.

1992
tot 2006
Bouwbesluit, EPC en Vinex-wijken

Met het Bouwbesluit van 1992 werden landelijke eisen aan onder meer de warmteweerstand van de gebouwschil belangrijker. Milieu Centraal beoordeelt woningen uit 1992 tot 2000 als redelijk geïsoleerd en woningen vanaf 2000 als redelijk tot goed geïsoleerd. Vanaf 1996 werd ook de energieprestatiecoëfficiënt, de EPC, gebruikt om de totale gebouwgebonden energieprestatie van nieuwbouw te begrenzen. De eis begon op 1,4 en werd vervolgens stapsgewijs aangescherpt.

De EPC kijkt niet alleen naar isolatie, maar ook naar verwarming, ventilatie en installaties. In deze periode werden veel Vinex-wijken gebouwd. Binnen de bredere voorraad uit 1985 tot 2005 bestaat ongeveer 45 procent uit rijtjeswoningen. Dit blijkt uit de cijfers van CBS en het Kadaster. De relatief grote Vinex-gezinswoningen verklaren mede waarom het absolute gasverbruik met 950 m³ nog vrij hoog is. Per vierkante meter daalt het verbruik duidelijker naar 7,8 m³.

2006
tot 2015
strengere energieprestatie-eisen

Voor nieuwe woningen gold vanaf 2006 een maximale EPC van 0,8. Per 1 januari 2011 werd deze eis aangescherpt naar 0,6. Woningen kregen daardoor betere isolatie, zuiniger verwarmingsinstallaties en vaker energiezuinige ventilatie. Het gemiddelde van alle woningen uit deze bouwperiode bedraagt slechts 640 m³ gas.

Dit wordt deels veroorzaakt door het aandeel woningen met een andere warmtevoorziening. Zo heeft een aanzienlijk deel van deze woningen volgens CBS stadsverwarming. Onder uitsluitend gasverwarmde woningen bedraagt het gemiddelde 850 m³ en 7,3 m³ per vierkante meter.

Vanaf 2015: streng geïsoleerd en steeds vaker gasloos

Vanaf 2015 gold voor nieuwbouwwoningen een EPC van maximaal 0,4. Per 1 juli 2018 verviel vervolgens de reguliere aansluitplicht voor aardgas bij nieuwbouw. Nieuwbouw moest daardoor in de meeste gevallen een warmtenet, warmtepomp of andere warmtevoorziening gebruiken. Sinds 1 januari 2021 gelden de eisen voor bijna-energieneutrale gebouwen, de BENG-eisen. Deze stellen afzonderlijke grenzen aan de energiebehoefte, het fossiele energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie.

Daarom gaat een laag gasverbruik bij nieuwbouw samen met een hoger bruto stroomverbruik. Warmtepompen, elektrisch koken en andere elektrische installaties verschuiven een deel van de energievraag van gas naar stroom. Tegelijkertijd had 57 procent van de woningen vanaf 2015 in 2024 geregistreerde zonnepanelen. Nieuwere woningen zijn bovendien relatief vaak appartementen.

De lage gasvraag van de nieuwste categorie komt dus door een combinatie van strengere eisen, kleinere woningen, een andere woningtypemix en andere verwarmingssystemen. Houd er rekening mee dat de cijfers in de tabel enkel betrekking hebben op woningen die daadwerkelijk met een individuele cv-ketel of blokverwarming op gas worden verwarmd.

Renovaties maken bouwjaar minder voorspellend

Over het algemeen nemen we een daling waar van het gasverbruik per m² naarmate de woning recenter wordt. Recent gaat dit samen met een hogere stroomlevering ten gevolge van de opkomst van warmtepompen. Het verschil is minder groot dan de oorspronkelijke bouweisen doen vermoeden. Dit is een gevolg van renovaties.

Het bouwjaar is met andere woorden een nuttige eerste aanwijzing voor wie zijn gemiddeld energieverbruik wil vergelijken, maar het zegt ook niet alles. De uitgevoerde renovaties, het woningtype en de verwarmingsinstallatie geven een veel betere voorspelling van jouw werkelijke energieverbruik.

Wat kost een gemiddeld energieverbruik per maand?

Volgens het CBS kost energie een gemiddeld huishouden bij het prijspeil van januari 2026 ongeveer € 1.993 per jaar. Dat is afgerond € 166 per maand. CBS rekent met de PBL-raming van 928 m³ gas en 1.747 kWh netto-elektriciteit en verwerkt levering, belastingen, netbeheer, vaste kosten en de vermindering energiebelasting.

Milieu Centraal gebruikt gemiddeld 1.040 m³ gas en 2.430 kWh elektriciteit per jaar. Deze cijfers hebben betrekking op woningen met een individuele cv-ketel of blokverwarming. Volledig elektrisch verwarmde woningen en woningen met een warmtenet zijn niet meegenomen.

Rekenen we dit verbruik door met de gemiddelde prijscomponenten van het CBS voor januari 2026, dan komen we uit op ongeveer € 2.320 per jaar of € 193 per maand. Dit cijfer is echter minder representatief dan het CBS-cijfer, omdat er geen rekening wordt gehouden met de aftrek van teruglevering.

Bij EnergieAanbieding.nl werken we met een vaste rekenbasis van 2.300 kWh stroomafname, 900 m³ gas en 1.500 kWh teruglevering per jaar. Dit is geen statistisch gemiddelde, maar een realistisch vergelijkingsprofiel voor een gasverwarmde woning met zonnepanelen. Door elk contract met hetzelfde verbruik en dezelfde teruglevering door te rekenen, kunnen we aanbiedingen eerlijk vergelijken.

De vaste rekenbasis maakt het bovendien mogelijk om prijsontwikkelingen tussen verschillende jaren te volgen zonder dat een veranderd landelijk gemiddelde de uitkomst vertekent. Het is ook zo dat jaarcijfers vaak pas enkele jaren later worden berekend. Voor 2026 zijn de voorlopige cijfers van 2024 bijvoorbeeld de meest recente gegevens.

Door de salderingsregeling blijft bij onze eigen rekenbasis in 2026 netto 800 kWh over: 2.300 kWh afname min 1.500 kWh teruglevering. Met de gemiddelde CBS-prijscomponenten van januari 2026 komt de energierekening uit op ongeveer € 1.710 per jaar of € 143 per maand vóór terugleverkosten.

Rekenen we daarnaast met de gemiddelde terugleverkosten van € 0,126 per teruggeleverde kWh die het CBS in januari 2026 gebruikte, dan komt er € 189 bij. Het indicatieve totaal wordt dan € 1.899 per jaar of € 158 per maand. Dit ligt in de lijn met de door het CBS berekende gemiddelde voor 2026 van € 166 per maand.

Bron of rekenbasisJaarverbruikTeruglevering verwerkt?Kosten per jaarKosten per maand
CBS/PBL-prognose 2026928 m³ gas en 1.747 kWh netto-elektriciteitJa, in het nettoverbruikCirca € 1.993Circa € 166
Milieu Centraal1.040 m³ gas en 2.430 kWh bruto-elektriciteitsleveringNeeCirca € 2.320Circa € 193
EnergieAanbieding.nl, vóór terugleverkosten900 m³ gas, 2.300 kWh afname en 1.500 kWh terugleveringJa, netto blijft 800 kWh overCirca € 1.710Circa € 143
EnergieAanbieding.nl, inclusief gemiddelde terugleverkosten900 m³ gas, 2.300 kWh afname en 1.500 kWh terugleveringJa, plus € 189 terugleverkostenCirca € 1.899Circa € 158

Tabel: indicatieve energiekosten bij het prijspeil van januari 2026. De bedragen verwerken de gemiddelde leveringstarieven, energiebelasting, vaste leveringskosten, netbeheerkosten en vermindering energiebelasting uit de CBS-berekening. Voor de laatste rij is gerekend met de gemiddelde CBS-terugleverkosten van € 0,126 per teruggeleverde kWh. De cijfers van Milieu Centraal betreffen woningen met een individuele cv-ketel of blokverwarming en gebruiken elektriciteitslevering vóór aftrek van teruglevering.

Dit is geen voorspelling van jouw voorschot. Je contract en leverancier kunnen duidelijk een verschil maken. CBS berekende in januari 2026 tussen relatief goedkope en dure contracten een verschil van € 196 per jaar voor gas en € 123 voor elektriciteit. Vergelijk daarom de actuele energieprijzen en controleer afzonderlijk de gasprijs.

Heb je zonnepanelen, dan kunnen ook terugleverkosten gelden. CBS nam die niet mee in de gemiddelde € 1.993. Ook dat is iets om rekening mee te houden. Bekijk op je huidige energierekening altijd afzonderlijk je afname, teruglevering, leveringstarieven en vaste kosten. Betaal jij meer dan een soortgelijk huishouden? Dan kan het misschien wel lonen om over te stappen naar een goedkopere energieleverancier.

Zit jij erboven? Controleer de grote verbruikers

Een verbruik boven het gemiddelde betekent niet automatisch dat er iets mis is. Vergelijk enkel met een woning en huishouden die echt op jouw situatie lijken. Bovendien kan het dat je hoger scoort op het gemiddelde stroomverbruik, maar lager op het gemiddelde gasverbruik. Een warmtepomp verhoogt bijvoorbeeld het stroomverbruik, maar verlaagt of vervangt het gasverbruik.

Verwarming

Volgens Milieu Centraal gaat gemiddeld 72 procent van het gasverbruik naar ruimteverwarming. Een hoge thermostaat, slechte isolatie of het verwarmen van ongebruikte kamers kan daardoor zwaar meetellen. Bekijk daarom onze tips om te besparen op verwarming.

Warm water

Het resterende gasverbruik gaat volgens Milieu Centraal vooral naar warm water en slechts voor een klein deel naar koken. Kijk bij een hoog gasverbruik daarom naar de douchetijd en het aantal douchebeurten. Lees op deze website hoe je kunt besparen op warm water.

Wasdroger en apparaten

Apparaten die warmte produceren of lang aanstaan kunnen je gemiddeld stroomverbruik sterk verhogen. Controleer vooral de droger, elektrische bijverwarming, boiler, airco, vijverpomp en een tweede koelkast. Bekijk onze bespaartips per apparaat.

Oude koelkast of vriezer

Volgens Milieu Centraal verbruikt een vijftien jaar oude koelvriescombinatie ongeveer 350 kWh per jaar. Een nieuw model met energielabel C gebruikt ongeveer 160 kWh, meer dan de helft minder. Met een energiemeter ontdek je of jouw koelkast of vriezer een grote verbruiker is.

Veelgestelde vragen over gemiddeld energieverbruik

Wat is een gemiddeld energieverbruik voor 1 persoon?

Een woning met 1 persoon ontving in 2024 volgens CBS gemiddeld 1.650 kWh stroom van het net. Een door gas verwarmde eenpersoonswoning gebruikte temperatuurgecorrigeerd gemiddeld 840 m³ gas. Het woningtype en de isolatie kunnen jouw gemiddelde energieverbruik sterk verhogen of verlagen.

Wat is een gemiddeld gasverbruik?

Voor 2026 raamt PBL volgens CBS een gemiddeld gasverbruik van 928 m³ per huishouden. Milieu Centraal noemt op zijn actuele verbruikspagina 1.040 m³ per jaar. Het verschil ontstaat onder meer doordat men niet altijd dezelfde woningpopulatie en meetmethode gebruikt.

Is mijn verbruik te hoog?

Vergelijk je verbruik met dezelfde huishoudgrootte, hetzelfde woningtype en hetzelfde bouwjaar. Zit je duidelijk boven de waarden in deze tabellen? Dan is het wellicht een goed idee om te isoleren en te kijken waar je energie kunt besparen. Houd rekening met je persoonlijke situatie en of het gaat om netto- of brutowaarden.

Wat kost een gemiddeld huishouden aan energie per maand?

Volgens CBS betaalt een gemiddeld huishouden bij de prijzen van januari 2026 ongeveer € 1.993 per jaar aan energie, oftewel afgerond € 166 per maand. Dit bedrag is gebaseerd op gemiddelde contractprijzen en een geraamd jaarverbruik. Jouw leverancier, contract, netbeheerder en eventuele terugleverkosten kunnen het bedrag hoger of lager maken.

Lees verder