Home › Energie › Duurzame energie

Duurzame en groene energie: zo zit het echt

Door Laurens Arends · bijgewerkt 19-09-2026

Duurzame energie komt uit bronnen die zich natuurlijk aanvullen, zoals zon, wind, water en aardwarmte. Wil je echt groene stroom kiezen, controleer dan niet alleen de groene claim, maar ook de energiebron, het land van herkomst en het stroometiket met de bijbehorende Garanties van Oorsprong.

Wat is duurzame energie?

Duurzame en hernieuwbare energie worden vaak als synoniemen gebruikt. De in 2023 herziene Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie rekent onder meer zon, wind, waterkracht, aardwarmte, omgevingswarmte en biomassa tot de hernieuwbare bronnen. Groene stroom is alleen het elektriciteitsdeel. Duurzame energie omvat ook hernieuwbare warmte en brandstoffen.

Grijze energie komt uit fossiele bronnen zoals steenkool, aardolie en aardgas. Hernieuwbaar betekent niet automatisch zonder milieueffect. Biomassa is bijvoorbeeld hernieuwbaar, maar er is wel degelijk een ecologische impact als hiervoor bos wordt gekapt en niet opnieuw aangevuld. Beoordeel een energiebron daarom op de hele levenscyclus, het landgebruik, de natuurimpact, grondstoffen, afval en leveringszekerheid.

Hoe duurzaam is de energiemix in Nederland en Europa?

Volgens de voorlopige CBS-cijfers van juni 2026 kwam in 2025 22,7% van het Nederlandse bruto-eindverbruik van energie uit hernieuwbare bronnen. Dat is iets heel anders dan het aandeel groene stroom. Hernieuwbare bronnen leverden volgens het CBS in maart 2026 namelijk 49% van de Nederlandse elektriciteitsproductie in 2025. Warmte, vervoer en industrie verduurzamen langzamer dan elektriciteit.

Cijfer over 2025NederlandEuropese Unie
Hernieuwbaar in het totale bruto-eindenergiegebruik22,7%26,2%
Aandeel hernieuwbare elektriciteit49,0% van de productie49,9% van het bruto-elektriciteitsverbruik

Bronnen: voorlopige cijfers van CBS (2026) en Eurostat (juli 2026). De Nederlandse en Europese stroompercentages gebruiken niet dezelfde noemer en zijn daarom niet exact vergelijkbaar.

Het bindende EU-doel voor 2030 is 42,5%. Volgens Eurostat (2026) moet het aandeel daarvoor vanaf 2026 gemiddeld 3,3 procentpunt per jaar stijgen. Nederland heeft volgens het CBS (2026) een nationale bijdrage van 39% afgesproken.

Bronnen van duurzame energie

Nederland gebruikte in 2025 401 PJ hernieuwbare energie. Daarvan kwam 34% uit biomassa, circa 30% uit wind, 23% uit zon en 9% uit omgevingswarmte via warmtepompen. In het buitenland gebruikt men vaak ook andere bronnen van duurzame energie, waaronder waterkracht.

Windenergie

Windenergie leverde in 2025, volgens het CBS, 121 PJ. Windenergie is duurzame energie. Het heeft een beperkte CO2-uitstoot, een gevolg van onder meer de productie van de grote windmolens. Een internationale levenscyclusanalyse van UNECE uit 2021 komt uit op 7,8 tot 16 gram CO₂-equivalent per kWh voor wind op land en 12 tot 23 gram voor wind op zee. Bij de locatiekeuze moet ook rekening worden gehouden met de natuur, het geluid, omwonenden en de mogelijke netaansluiting.

Zonne-energie

Zonne-energie leverde in 2025, volgens het CBS (2026), 93 PJ. Dat is 19% meer dan in 2024. Dit kan vooral worden verklaard door een zonnig jaar en 5% meer vermogen. UNECE noemt in 2021 voor zonnepanelen 8 tot 83 gram CO₂-equivalent per kWh over de levenscyclus. Productietechniek, levensduur, zoninstraling en de stroommix bij fabricage verklaren een deel van die toch wel grote bandbreedte.

Biomassa

Biomassa was met 34% in 2025 de grootste categorie binnen het Nederlandse hernieuwbare energiegebruik. Dat kwam volgens het CBS (2026) mede door meer biobrandstoffen in het vervoer. Biomassa is niet automatisch klimaatneutraal: de uitkomst hangt af van de grondstof, het landgebruik, het transport en de hergroeitijd. PBL concludeerde in 2024 dat hout uit goed beheerde bossen niet automatisch uitstootvrij is of een lage uitstoot veroorzaakt, maar ook niet per definitie slechter is dan fossiele brandstoffen.

Waterkracht

Waterkracht is belangrijk in bergachtige Europese landen, maar nauwelijks in vlak Nederland. Het CBS rapporteerde in maart 2026 voor 2025 slechts 57 miljoen kWh waterkrachtenergie, minder dan 0,1% van alle Nederlandse hernieuwbare elektriciteitsproductie. Waterkracht kan regelbaar zijn, maar dammen kunnen de riviernatuur ook verstoren. UNECE vond in 2021 dan ook een brede internationale klimaatbandbreedte van 6 tot 147 gram CO₂-equivalent per kWh.

Aardwarmte, bodemwarmte en omgevingswarmte

Ook aardwarmte wordt in Nederland gebruikt. Volgens RVO (2020) gebeurt dat sinds 2007 met putten dieper dan 500 meter, vooral bij kassen en warmtenetten. Bij woningen gaat het meestal om omgevingswarmte uit de buitenlucht, ventilatielucht, bodem of het grondwater. Een warmtepomp haalt deze warmte op lage temperatuur uit de omgeving en brengt haar met een elektrisch aangedreven compressor op een temperatuur die bruikbaar is voor verwarming en warm water.

Een warmtepomp maakt geen energie uit het niets. Volgens Milieu Centraal (2026) levert een warmtepomp met 1 kWh elektriciteit doorgaans 3 tot 5 kWh warmte. Bij een COP van 4 bestaat die opbrengst bijvoorbeeld uit 1 kWh toegevoerde elektriciteit en 3 kWh warmte uit de omgeving. In gewone taal wordt dit soms een rendement van 400% genoemd. Technisch spreken we van een coefficient of performance of COP.

Het CBS telde in 2025 ongeveer 34 PJ hernieuwbare warmte uit buitenlucht en bodem via warmtepompen. Dit landelijke cijfer omvat niet alleen woningen, maar ook utiliteitsgebouwen en andere toepassingen. Bovendien gaat het deels om een modelberekening. In het CBS-onderzoek over 2024 wordt de onzekerheid bij buitenluchtwarmte op ongeveer 40% en bij bodemenergie op circa 25% geschat.

Getijdenenergie, golfenergie en blauwe energie

Getijdenenergie gebruikt het hoogteverschil of de stroming die door eb en vloed ontstaat. Getijdenstromen zijn jaren vooruit te voorspellen, maar leveren niet voortdurend hetzelfde vermogen. Rond de kentering, wanneer eb overgaat in vloed of omgekeerd, valt de productie sterk terug. Het potentieel is voorspelbaar, maar geschikte locaties zijn schaars.

Aanleg en onderhoud in zout water zijn duur en een dam kan stromingen, sediment en ecosystemen veranderen. Volgens het EU Blue Economy Report 2025 is getijdenenergie met een bekken technisch bewezen, maar wordt verdere toepassing vooral beperkt door locatiekeuze en lokale milieueffecten. De Franse getijdencentrale La Rance heeft een vermogen van 240 MW, maar sinds 2011 is wereldwijd geen nieuwe grote getijdenbekkencentrale gebouwd.

Nieuwere vormen van energie uit zee zijn nog klein. Nederland doet wel praktijkervaring op. In 2015 werden vijf getijdenturbines in de Oosterscheldekering geplaatst. Deltares onderzocht onder meer de gevolgen voor stroming, de stormvloedkering en zeezoogdieren. Daarnaast worden golfenergie en blauwe energie onderzocht. Golfenergie zet de beweging van golven om in elektriciteit. Blauwe of osmotische energie benut met membranen het verschil in zoutgehalte tussen rivierwater en zeewater.

Accu’s maken duurzame energie beter bruikbaar

Een accu is geen duurzame energiebron. Hij produceert geen nieuwe energie, maar verplaatst elektriciteit naar een ander moment. Een batterij kan zich bijvoorbeeld opladen tijdens een zonnige middag en de stroom ’s avonds terugleveren. Dat is nuttig wanneer tijdens een donkere en windarme avondpiek anders extra gascentrales nodig zijn.

Een wetenschappelijke vergelijking van Beuse en anderen in Joule (2021) onderzocht vier toepassingen van energieopslag in elektriciteitssystemen die op zeven Europese landen leken. De onderzoekers vonden grote verschillen tussen landen en toepassingen.

Door omzettingsverliezen en veranderingen in de inzet van centrales kan opslag de uitstoot verlagen, maar onder ongunstige omstandigheden ook verhogen. Voor het klimaat moet een accu daarom laden wanneer de marginale uitstoot laag is en ontladen wanneer daarmee fossiele productie wordt vermeden. Alleen op de stroomprijs sturen is dus niet altijd voldoende.

Accu’s zijn vooral geschikt voor korte verschuivingen. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA, 2024) leveren batterijen doorgaans één tot acht uur flexibiliteit. Ze reageren binnen enkele seconden en zijn daardoor geschikt om het evenwicht en de frequentie van het elektriciteitsnet te ondersteunen. Ze kunnen zonnestroom bewaren, vraagpieken opvangen en voorkomen dat wind- of zonneparken bij een tijdelijk overschot worden afgeschakeld.

Het aantal grote batterijparken neemt snel toe

De recentste vergelijkbare CBS-cijfers (voorlopige cijfers over 2023 en 2024, bijgewerkt in 2026) gaan over batterijsystemen met meer dan 1 MWh opslagcapaciteit. Thuisbatterijen vallen hier dus niet onder.

JaarBatterijsystemenVermogenOpslagcapaciteit
202340229 MW343 MWh
202484350 MW620 MWh

Het aantal geregistreerde grote batterijsystemen nam daarmee in één jaar met 110% toe. Het vermogen steeg met 53% en de opslagcapaciteit met 81%. De cijfers laten een snelle groei zien, maar 620 MWh blijft beperkt tegenover het totale Nederlandse stroomverbruik. Bij een gezamenlijk ontlaadvermogen van 350 MW zou de volledige capaciteit theoretisch nog geen twee uur meegaan.

Ook Europees verschuift de groei naar batterijparken. Volgens brancheorganisatie SolarPower Europe (2026) werd in 2025 in Europa 36 GWh aan batterijcapaciteit toegevoegd, 48% meer dan een jaar eerder. Voor het eerst kwam meer dan de helft van de nieuwe capaciteit uit grootschalige installaties. Deze cijfers zijn niet beperkt tot de EU, ze omvatten ook het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Oekraïne en Turkije.

De centrale van Coo werkt als een grote waterbatterij

Elektriciteit kan ook zonder chemische accu worden opgeslagen. De Belgische centrale van Coo is daar een goed voorbeeld van. Hier pompt men water naar hoger gelegen bekkens wanneer veel elektriciteit beschikbaar is. Tijdens een vraagpiek stroomt het water weer naar beneden en drijft het turbines aan. Dit heet pompaccumulatie of spaarbekkenopslag.

Volgens exploitant ENGIE kan Coo maximaal 1.089 MW leveren gedurende bijna zes uur. Dat komt volgens onze berekening neer op ongeveer 6,5 GWh opslag, ruim tien keer de gezamenlijke capaciteit van de grote Nederlandse batterijsystemen die het CBS voor 2024 registreerde. Coo kan bovendien binnen twee minuten beginnen met produceren en is daardoor geschikt om plotselinge tekorten op het Belgische elektriciteitsnet op te vangen.

Zo controleer je of groene stroom echt groen is

Groene en grijze elektriciteit lopen door hetzelfde net. Zo kun je niet vaststellen welke elektronen uit jouw stopcontact komen. Je contract bepaalt welke productie administratief tegenover jouw verbruik staat. Dat gebeurt met Garanties van Oorsprong. Hierbij staat één GvO voor 1 MWh, ofwel 1.000 kWh, duurzaam opgewekte energie.

Het certificaat vermeldt de bron, installatie, productiedatum en locatie en is geldig tot één jaar na de productiemaand. De leverancier boekt voor verkochte groene stroom evenveel passende GvO’s af, zodat hetzelfde bewijs niet tweemaal wordt gebruikt.

Controleer het stroometiket van je product én dat van de totale leveringsmix. Een leverancier moet ieder jaar uiterlijk op 1 mei de etiketten over het vorige jaar publiceren. Op onze merkpagina’s zie je zelf hoe energieleveranciers hun stroom inkopen en welke herkomst ze beloven. Je kunt met deze gegevens rekening houden bij het kiezen van een nieuwe energieleverancier.

Misverstanden over groene energie

Uit je stopcontact komt alleen de door jou gekozen groene stroom

Niet fysiek. Op het net mengen alle bronnen. Je koopt de zekerheid dat voor jouw verbruik een gelijke hoeveelheid hernieuwbare productie met GvO’s is verantwoord. De stroom is technisch gelijk, de herkomstclaim is volledig administratief.

Buitenlandse GvO’s zijn fraude

Nee. Buitenlandse GvO’s zijn volgens de Europese regels geldige bewijzen dat elders in Europa hernieuwbare energie is opgewekt. Ze worden soms ‘sjoemelstroom’ genoemd, maar dat heeft vooral te maken met eventuele perverse prikkels die ze creëren. De reden hiervoor is dat een goedkope GvO van een bestaande buitenlandse waterkrachtcentrale weinig extra prikkel kan geven voor nieuwe Nederlandse opwek.

De Groene Stroom Checker (2026) van HIER schat dat ongeveer 34% van de Nederlandse groenestroomproducten met buitenlandse certificaten is vergroend. HIER noemt alleen stroom uit Nederlandse hernieuwbare bronnen ‘echt groen’. Dat is een strengere herkomstkeuze dan wettelijk verplicht. Wil je lokaal effect waarschijnlijker maken, kijk dan ook naar het land van opwek en de investeringen van de leverancier.

Hernieuwbare energie heeft geen uitstoot of milieuschade

Dit klopt niet. Ook bouw, materiaalwinning, transport en afdanking tellen mee. De UNECE-levenscyclusanalyse uit 2021 laat wel zien dat wind en zon veel lager uitkomen dan gascentrales met 403 tot 513 gram en kolencentrales met 751 tot 1.095 gram CO₂-equivalent per kWh.

Deze wereldwijde bandbreedtes tonen een orde van grootte, niet de precieze voetafdruk van één Nederlands project. Ook met hernieuwbare energie is er nog altijd een vorm van schade die op een manier moet worden gecompenseerd, bijvoorbeeld via bebossingsprojecten. De schade is wel veel kleiner dan bij gas- of kolencentrales.

Kernenergie is hernieuwbare energie

Kernenergie is CO₂-arm, maar niet hernieuwbaar. De Europese verordening uit 2022 noemt kernenergie expliciet een koolstofarme, niet-hernieuwbare bron. Het beschikbare bronmateriaal is beperkt en er is het probleem van kernafval. Bepaalde projecten vallen onder strikte voorwaarden wel in de Europese taxonomie voor duurzame investeringen.

Waterstof is vanzelf groene energie

Waterstof is een energiedrager, geen primaire energiebron. Dit wil zeggen dat waterstof eerder als een batterij werkt: het kost veel energie om waterstof te maken. Die waterstof kan vervolgens op een ander moment weer in stroom worden omgezet.

Het grote voordeel is dat dit veel later kan: waar een batterijpark de stroom slechts enkele uren opslaat, kan waterstof worden gebruikt voor seizoensopslag. Let wel op, want waterstof is op zich nog niet groen. Waterstof is enkel groen als het wordt gemaakt met aantoonbaar hernieuwbare stroom. Volgens de IEA Global Hydrogen Review 2026 was in 2025 minder dan 1% van de wereldproductie emissiearm.

Zelf kiezen voor duurzame en groene energie

Begin bij je contract. Kijk of de GvO’s Nederlands of buitenlands zijn en uit welke bron ze komen. Raadpleeg ook het recente stroometiket. Beoordeel daarna de leverancier zelf: een groen product zegt niet automatisch dat het hele bedrijf duurzaam investeert. Ga bijvoorbeeld na welke duurzame investeringen men in Nederland doet en met welke andere bedrijven men samenwerkt.

Daarnaast is het een goed idee om zelf je verbruik te verminderen. Met onze bespaartips hoeft minder energie te worden opgewekt en vervoerd. Een tip: kies voor een betaalbaar energiecontract en ga voluit voor groene energie-aanbiedingen. Wat je bespaart, kun je gebruiken om je eigen woning te verduurzamen.

Veelgestelde vragen over duurzame energie

Wat is het verschil tussen duurzame energie en groene stroom?

Duurzame energie is de brede categorie en omvat hernieuwbare elektriciteit, warmte en brandstoffen. Groene stroom is alleen het elektriciteitsdeel dat met passende GvO’s aan hernieuwbare productie is gekoppeld.

Is groene stroom uit het buitenland echt groen?

Ja, volgens de wettelijke Europese administratie bewijst de GvO dat ergens in Europa een gelijke hoeveelheid hernieuwbare energie is opgewekt. De fysieke elektriciteit komt niet noodzakelijk uit dat land naar jouw woning en een certificaat van bestaande productie stimuleert niet automatisch nieuwe opwek in Nederland.

Is groen gas hetzelfde als CO₂-gecompenseerd gas?

Nee. Groen gas is gemaakt uit hernieuwbare bronnen, bijvoorbeeld biogas uit vergisting of rioolwaterzuivering. CO₂-gecompenseerd gas blijft fossiel aardgas. De aanbieder probeert de uitstoot wel elders te compenseren, bijvoorbeeld via bebossingsprojecten.

Is een warmtenet altijd duurzaam?

Nee. De duurzaamheid hangt af van de warmtebron, de temperatuur, leidingverliezen en de brandstof voor bijstook tijdens koude pieken. RVO (2026) schrijft dat bestaande warmtenetten nog vooral warmte van elektriciteitscentrales en afvalverbranders gebruiken, terwijl aardwarmte en andere duurzame bronnen geleidelijk belangrijker worden. Een warmtenet kan tijdens zijn levensduur wel overstappen op schonere bronnen.

Hoe maak je een woning aardgasvrij?

Een aardgasvrije woning gebruikt geen aardgas voor verwarming, warm water of koken. Beperk eerst de warmtevraag met isolatie en geschikte ventilatie. Daarna kun je bijvoorbeeld kiezen voor een volledig elektrische warmtepomp en elektrisch koken. Een hybride warmtepomp vermindert het gasverbruik, maar maakt je woning niet aardgasvrij omdat de cv-ketel nog bijspringt en meestal het tapwater verwarmt.

Is een zonneboiler voldoende om van het aardgas af te gaan?

Een zonneboiler gebruikt zonnewarmte voor warm kraanwater en is daarmee een vorm van lokale duurzame energie. Volgens Vereniging Eigen Huis en Milieu Centraal kan een Nederlands huishouden hiermee ongeveer 40% tot 50% besparen op het gas voor warm water. Vooral in de winter blijft naverwarming nodig.

Is infraroodverwarming duurzaam?

Een infraroodpaneel kan energie besparen als je daarmee korte tijd één werkplek, badkamer of zithoek verwarmt en de hoofdverwarming lager laat. Voor de hele woning is het geen zuinige oplossing. In het Nederlandse hoekwoningmodel van Milieu Centraal, bijgewerkt op 31 augustus 2026, gebruiken infraroodpanelen plus een warmtepompboiler ongeveer tweemaal zoveel stroom als een volledig elektrische warmtepomp.

Moet je eerst isoleren voordat je zonnepanelen neemt?

Nee. Zonnepanelen produceren elektriciteit, terwijl isolatie het warmteverlies van je woning beperkt. Beide maatregelen kunnen los van elkaar worden uitgevoerd. Moet je dak binnenkort worden vernieuwd, combineer de plaatsing van zonnepanelen dan wel meteen met dakisolatie. Zo voorkom je dat de panelen later tijdelijk van het dak moeten.

Lees verder