Energielabel: kosten, aanvragen en verbeteren in 2026
Door Laurens Arends · bijgewerkt 12-10-2026
Alles over het energielabel voor de woning
Een energielabel laat zien hoe energiezuinig een woning of product onder gestandaardiseerde omstandigheden is. Het maakt woningen en apparaten onderling beter vergelijkbaar, maar voorspelt niet precies hoeveel energie jij zult gebruiken. Je moet zelf een energielabel aanvragen voor je woning.
Bij nieuwbouw is het wel zo dat de bouwer dit kan doen. Je kunt op verschillende manieren het energielabel verbeteren, zowel met bouwkundige als met installatietechnische maatregelen. Een betere energieprestatie kan de verkoopwaarde verhogen, maar de waardestijging verschilt per woning en is niet gegarandeerd.
Energielabel voor de woning
Het energielabel voor woningen loopt van A++++ tot en met G. Een woning met energielabel A of hoger heeft een relatief laag berekend primair fossiel energiegebruik. Energielabel G staat voor een zeer hoog berekend primair fossiel energiegebruik
Het label wordt sinds 2021 vastgesteld met de methode NTA 8800. Een gediplomeerde energieadviseur neemt daarvoor de woning op. De adviseur kijkt onder meer naar:
De afmetingen en de gebruiksoppervlakte;
De isolatie van dak, gevel, vloer en ramen;
De kierdichtheid en ventilatie;
De installatie voor verwarming en warm water;
Eventuele koeling;
Zonnepanelen, zonneboilers en andere gebouwgebonden energievoorzieningen.
Het energielabel is gebaseerd op het berekende primaire fossiele energiegebruik per vierkante meter per jaar. Het werkelijke gas- en stroomverbruik van de bewoners bepaalt de klasse dus niet. Ook een groen energiecontract verandert het energielabel niet. Zo’n contract hoort bij de bewoner en niet bij het gebouw. De berekening kijkt alleen naar eigenschappen en installaties die vast met de woning verbonden zijn. Volgens RVO gebruikt de berekening een gemiddeld aantal bewoners, gemiddeld gebruik en een gemiddeld Nederlands klimaat.
Sinds 29 mei 2026 heeft het energielabel een vernieuwde vormgeving. De labelklassen A++++ tot en met G bleven gelijk, maar de bepaling van de energieprestatie is op een aantal punten aangepast. Zo kunnen onder meer energieopslag en gebouwautomatisering meetellen. Emissievrije nieuwbouwwoningen die vanaf 2026 zijn gebouwd, kunnen daarnaast de indicator A0 krijgen. Op het nieuwe label zijn de energieprestatie, de kwaliteit van de woningonderdelen en mogelijke verbeteringen duidelijker zichtbaar.
Wat staat er op het energielabel sinds mei 2026?
Het vernieuwde energielabel vermeldt naast de letterklasse ook het berekende primaire fossiele energiegebruik in kWh per vierkante meter per jaar. Hoe lager dit getal, hoe energiezuiniger de woning volgens de berekening is.
Verder zie je onder meer:
Het woningtype, het bouwjaar en de gebruiksoppervlakte;
De kwaliteit van dak-, gevel-, vloer- en raamisolatie;
Het warmteverlies in de winter;
De vaste installaties voor verwarming en warm water;
Het ventilatie- en eventuele koelsysteem;
Zonnepanelen en andere hernieuwbare energie;
Het berekende aandeel hernieuwbare energie;
De geschiktheid voor een overstap naar aardgasvrije verwarming;
Mogelijke maatregelen om het energielabel te verbeteren.
Sinds 29 mei 2026 kan een vast aangesloten woningbatterij van minimaal 5 kWh in combinatie met zonnepanelen meetellen in de labelberekening. Volgens Vereniging Eigen Huis is het positieve effect meestal klein en leidt de batterij doorgaans niet tot een andere labelklasse. Een stekkerbatterij telt niet mee.
Energielabel voor kopers
Bij verkoop moet een geldig energielabel aanwezig zijn. Bovendien moet de labelklasse in commerciële advertenties worden vermeld. De verkoper overhandigt het volledige labeldocument bij de overdracht. Zie het label als een gestandaardiseerde technische samenvatting. Gebruik het niet als voorspelling van je toekomstige energierekening. Vraag bij aankoop om de bewijsstukken waarop de adviseur de isolatiewaarden heeft gebaseerd.
Energielabel voor huurders en verhuurders
Bij nieuwe verhuur moet de verhuurder een geldig energielabel verstrekken. Sinds 29 mei 2026 geldt de verplichting volgens RVO ook bij verlenging of vernieuwing van een huurovereenkomst. Het energielabel telt mee in het woningwaarderingsstelsel. Volgens het beleidsboek van de Huurcommissie leveren gunstige labels punten op, terwijl de labels E, F en G tot puntenaftrek leiden.
Daarmee kan het label invloed hebben op de maximaal redelijke huurprijs. Een geldig vereenvoudigd label uit de periode 2015 tot en met 2020 kan nog bruikbaar zijn bij overdracht, maar telt niet als energieprestatie voor het woningwaarderingsstelsel. Daarvoor is een geldig Energie-Indexrapport of een vanaf 2021 volgens NTA 8800 geregistreerd label nodig.
Verschillende soorten energielabels voor woningen
De labelklasse volgt uit het berekende primaire fossiele energiegebruik:
| Energielabel | Primair fossiel energiegebruik |
|---|---|
| A++++ | 0 kWh/m² per jaar of lager |
| A+++ | Meer dan 0 tot en met 50 kWh/m² |
| A++ | Meer dan 50 tot en met 75 kWh/m² |
| A+ | Meer dan 75 tot en met 105 kWh/m² |
| A | Meer dan 105 tot en met 160 kWh/m² |
| B | Meer dan 160 tot en met 190 kWh/m² |
| C | Meer dan 190 tot en met 250 kWh/m² |
| D | Meer dan 250 tot en met 290 kWh/m² |
| E | Meer dan 290 tot en met 335 kWh/m² |
| F | Meer dan 335 tot en met 380 kWh/m² |
| G | Meer dan 380 kWh/m² per jaar |
Bron: de op NTA 8800 gebaseerde labelgrenzen van RVO. Het gaat om berekend primair fossiel energiegebruik en niet om het gemeten verbruik op de energierekening.
De labelklasse is het resultaat van de volledige berekening. Je kunt daarom niet uitsluitend aan de letter zien welke isolatie of installatie aanwezig is. Twee woningen met energielabel C kunnen heel andere sterke en zwakke punten hebben. Ook de kostprijs om het energielabel te verbeteren kan sterk verschillen. Daarom is het belangrijk om het energielabel altijd in detail te bestuderen.
De aanvullende aanduiding A0 is geen afzonderlijke labelklasse binnen deze tabel. De indicator is bedoeld voor emissievrije nieuwbouwwoningen die vanaf 2026 zijn gebouwd en aan vier aanvullende voorwaarden voldoen.
Energielabel A
Energielabel A staat voor een woning met een relatief lage fossiele energiebehoefte. Binnen deze categorie bestaan ook A+, A++, A+++ en A++++. Een zeer zuinige woning met voldoende gebouwgebonden hernieuwbare opwek kan A++++ bereiken.
Een A-label betekent niet dat de energierekening automatisch laag is. Het aantal bewoners, de binnentemperatuur, elektrische apparaten, een elektrische auto en de grootte van de woning blijven invloed hebben op het werkelijke verbruik.
Energielabel B
Een woning met energielabel B heeft volgens de berekening een beperkte fossiele energiebehoefte. Toch kunnen er nog verbeterpunten zijn, zoals matige vloerisolatie, ouder glas of een minder efficiënte verwarmingsinstallatie. Op het uitgebreide label staat welke woningonderdelen goed, redelijk of slecht presteren. Daar waar ze slecht presteren, ligt er potentieel om het energielabel te verbeteren.
Energielabel C
Energielabel C bevindt zich in het middendeel van de schaal. De woning kan deels geïsoleerd zijn, maar bijvoorbeeld nog matig glas, een ongeïsoleerde vloer of een oudere verwarmingsinstallatie hebben. Vaak zijn er veel betaalbare mogelijkheden om het energielabel te verbeteren. Welke maatregel het meeste effect heeft, verschilt per woning. Het energielabel bevat aanbevelingen, maar geeft geen garantie dat één maatregel automatisch tot energielabel B of A leidt.
Energielabel D
Bij energielabel D is de berekende fossiele energiebehoefte duidelijk hoger dan bij de klassen A tot en met C. Vaak zijn meerdere verbeteringen mogelijk. Begin bij de onderdelen die veel warmte verliezen. Denk aan dak, gevel, vloer, ramen en ongewenste luchtlekken. Houd daarbij altijd voldoende ventilatie in stand.
Energielabel E
Een woning met energielabel E heeft een hoge berekende fossiele energiebehoefte. Kleine maatregelen kunnen het comfort verbeteren, maar voor een grote labelsprong zijn meestal bouwkundige en installatietechnische ingrepen nodig. Laat vooraf berekenen welke combinatie het meeste effect heeft. Alleen zonnepanelen plaatsen is niet voldoende om gebrekkige isolatie of een onzuinige installatie te compenseren.
Energielabel F
Energielabel F wijst op een zeer hoge berekende fossiele energiebehoefte. De woning heeft vaak meerdere zwakke onderdelen. De precieze situatie staat in het uitgebreide labelrapport, maar je doet er goed aan om te investeren in isolatie en het energielabel te verbeteren. Een logische aanpak is eerst de warmtevraag te beperken. Daarna kun je beoordelen welke verwarmingsinstallatie bij de verbeterde woning past.
Energielabel G
Energielabel G is de laagste klasse. Het berekende primaire fossiele energiegebruik bedraagt meer dan 380 kWh per vierkante meter per jaar. Dat zegt niet dat iedere bewoner automatisch extreem veel energie gebruikt. Iemand die weinig kamers verwarmt, kan een lage rekening hebben. De woning zelf blijft onder gestandaardiseerde omstandigheden echter veel energie vragen. Het energielabel verbeteren is aan te raden.
Energielabel aanvragen: zo werkt het
Een energielabel aanvragen doe je bij een gecertificeerd bedrijf met een gediplomeerde EP-adviseur. De adviseur bezoekt de woning, legt de kenmerken vast, voert de berekening uit en registreert het energielabel in EP-online.
Controleer eerst via Energielabel.nl of de woning al een geldig label heeft. Als eigenaar kun je het volledige document downloaden via MijnOverheid. Een energielabel blijft tien jaar geldig. Een wijziging van de vormgeving of berekeningsmethode maakt een eerder afgegeven label niet automatisch ongeldig. De einddatum op het geregistreerde label blijft leidend.
Via het Centraal Register Techniek kun je een gecertificeerd bedrijf zoeken. Vraag bij voorkeur meerdere offertes aan. Energieadviseurs mogen hun tarieven namelijk zelf bepalen. Controleer of de prijs de woningopname, berekening, registratie en levering van het volledige labeldocument omvat. Vraag ook wat er gebeurt als de adviseur langer bezig is dan verwacht of aanvullende bewijsstukken moet beoordelen.
De adviseur kan alleen meenemen wat zichtbaar is of wat met geldig bewijs kan worden aangetoond. Ontbreekt bewijs van isolatie, dan moet de adviseur soms een voorzichtige standaardwaarde op basis van het bouwjaar gebruiken.
Leg daarom de volgende documenten klaar:
Bouwtekeningen en plattegronden;
Facturen van isolatiewerkzaamheden;
Foto’s waarop het isolatiemateriaal en de dikte zichtbaar zijn;
Productinformatie en kwaliteitsverklaringen;
Documentatie van de cv-ketel, warmtepomp, zonneboiler en ventilatie;
Informatie over zonnepanelen;
Codes en aanduidingen in de afstandhouders van isolatieglas.
Volgens RVO duurt een woningopname gemiddeld ongeveer anderhalf tot twee uur. Bij een grote of complexe woning kan meer tijd nodig zijn. De adviseur moet onder meer bij de verwarmingsinstallatie, meterkast, zolder en de isolatieconstructies kunnen komen. Zorg daarom dat deze plaatsen bereikbaar zijn. Na de opname verwerkt de adviseur de gegevens in de officiële rekensoftware.
Na registratie kun je het energielabel via MijnOverheid downloaden. Controleer de adresgegevens, woningkenmerken, installaties en vermelde isolatie. Zie je een duidelijke fout, neem dan eerst contact op met het bedrijf dat het label heeft opgesteld. Een inhoudelijk meningsverschil betekent niet automatisch dat de berekening fout is, maar bijvoorbeeld invoerfouten en gemist bewijs kunnen wel aanleiding zijn voor correctie.
Checklist voor het aanvragen van een energielabel
Controleer voor de afspraak of:
De offerte en werkzaamheden duidelijk zijn omschreven;
Alle ruimten bereikbaar zijn;
Bouwtekeningen klaarliggen;
Facturen en foto’s van verbouwingen beschikbaar zijn;
Productinformatie van installaties aanwezig is;
De gegevens van zonnepanelen compleet zijn;
Je vragen over onbekende of verborgen constructies hebt verzameld.
Contante betaling is niet noodzakelijk. Vraag altijd om een factuur en bewaar het labelrapport met de gebruikte bewijsstukken.
Aanvragen energielabel: kosten in 2026
De kosten van een energielabel bedragen voor een gemiddelde woning volgens onze prijsinventarisatie uit 2026 ongeveer € 300 tot € 450. RVO stelt geen vast tarief vast: de energieadviseur bepaalt zelf zijn prijs. Wat een energielabel je kosten zal, is afhankelijk van onder meer:
Het woningtype en de oppervlakte;
De complexiteit van de bouw;
Het aantal aanbouwen en verschillende dakvormen;
De bereikbaarheid van constructies en installaties;
De beschikbaarheid van bouwtekeningen en bewijsstukken;
De reistijd en de prijsstructuur van het adviesbedrijf.
Een appartement is vaak sneller op te nemen dan een grote vrijstaande woning, waardoor voor dit energielabel de kosten over het algemeen ook lager zullen liggen. De praktijk leert dat de prijzen soms sterk kunnen verschillen. Vraag daarom altijd meerdere offertes aan en vergelijk dezelfde werkzaamheden.
Geldigheid van het energielabel
Een nieuw energielabel aanvragen is niet nodig als je nog een geldig energielabel hebt. Een geregistreerd energielabel blijft in beginsel tien jaar geldig. Bij bepaalde één-op-éénwijzigingen, zoals het vervangen van glas of een cv-ketel, en bij sommige geometrische wijzigingen kan een woning zonder nieuwe gebouwopname worden herlabeld.
Daarvoor is wel voldoende bewijs nodig. Bij andere ingrijpende verbouwingen is doorgaans een nieuwe woningopname nodig. Sinds 29 mei 2026 moet bovendien een energielabel worden aangevraagd bij een grote renovatie die 25% of meer van de woninginhoud betreft.
Energielabel verbeteren: welke maatregelen tellen mee?
Je kunt het energielabel verbeteren door het berekende primaire fossiele energiegebruik te verlagen. Isolatie, kierdichting, efficiënte installaties en gebouwgebonden hernieuwbare energie kunnen meetellen, maar het effect van de investering hangt af van de volledige woning.
Begin met de aanbevelingen op het label
Op het energielabel staan de mogelijke verbeteringen. Dat zijn algemene aanbevelingen en nog geen volledig uitvoeringsadvies. Laat voor een grote verbouwing daarom een maatwerkberekening maken. Een adviseur kan vooraf verschillende pakketten doorrekenen. Zo zie je of een combinatie waarschijnlijk tot een hogere labelklasse leidt. Zonder berekening kun je niet garanderen dat één maatregel een volledige labelsprong oplevert.
Dak, gevel, vloer en ramen isoleren
Bij een slecht geïsoleerde woning ligt de eerste winst meestal in het beperken van warmteverlies. Mogelijke maatregelen zijn:
Dak- of zoldervloerisolatie;
Spouwmuur-, binnengevel- of buitengevelisolatie;
Vloerisolatie;
HR++-glas of tripleglas;
Het afdichten van ongewenste kieren.
De berekening kijkt naar de oppervlakte, isolatiewaarde en aansluiting van het woningonderdeel. Dicht ventilatieopeningen nooit zomaar af om een beter resultaat te behalen. Gecontroleerde ventilatie is noodzakelijk om vocht en vervuilde lucht af te voeren. Een zuinig ventilatiesysteem met vraagsturing of warmteterugwinning kan juist positief bijdragen aan het energielabel en het wooncomfort.
De verwarmingsinstallatie verbeteren
Na isolatie kun je beoordelen welke verwarmingsinstallatie geschikt is. Een efficiënte cv-ketel kan beter scoren dan een oude installatie, afhankelijk van het type, het rendement en de overige kenmerken van het verwarmingssysteem. Een hybride of volledig elektrische warmtepomp kan het berekende fossiele energiegebruik nog verder verlagen.
Het resultaat hangt af van het afgiftesysteem, de isolatie, het rendement en de gebruikte energiedrager. Een elektrische weerstandskachel is bijvoorbeeld aardgasvrij, maar verbruikt veel elektriciteit en levert daardoor niet automatisch een goed energielabel op.
Zonnepanelen en zonneboilers
Zonnepanelen verlagen het berekende fossiele energiegebruik doordat ze gebouwgebonden hernieuwbare elektriciteit produceren. Het effect hangt af van het aantal panelen, het vermogen, de oriëntatie, de hellingshoek en eventuele beschaduwing. Bij een kleine woning kan dezelfde installatie relatief zwaarder meetellen dan bij een grote woning. Een zonneboiler kan eveneens meetellen doordat deze hernieuwbare warmte levert voor warm water en soms verwarming. De adviseur heeft daarvoor de juiste product- en installatiegegevens nodig.
Bewaar bewijs van iedere verbetering
Maak tijdens isolatiewerkzaamheden foto’s waarop het materiaal, de dikte en de plaats zichtbaar zijn. Bewaar facturen, productbladen en kwaliteitsverklaringen. Zodra een voorzetwand, vloer of dakafwerking gesloten is, kan een adviseur het isolatiemateriaal niet meer bekijken. Zonder overtuigend bewijs kan een minder gunstige standaardwaarde worden toegepast. Goed documenteren kan daardoor verschil maken bij een volgend energielabel.
Hoe betrouwbaar is een energielabel?
Het energielabel is bruikbaar om de bouwkundige en installatietechnische energieprestatie van woningen volgens één methode te vergelijken. Het is minder geschikt om het werkelijke energieverbruik of de exacte besparing van een huishouden te voorspellen.
Het energielabel voorspelt niet de energierekening
De berekening gaat uit van gestandaardiseerd gedrag, een gemiddeld klimaat en vaste gebruikspatronen. Het is dus niet mogelijk om te voorspellen hoeveel energie jouw gezin zal verbruiken en hoe hoog de energierekening werkelijk zal zijn. Het werkelijke verbruik hangt onder meer af van:
Het aantal bewoners;
De ingestelde temperatuur;
Het aantal verwarmde kamers;
Douchegedrag en warmwatergebruik;
Thuiswerken en aanwezigheid;
Het weer;
De gebruikte elektrische apparaten en een elektrische auto.
Elektriciteit voor losse huishoudelijke apparaten telt niet mee in het woninglabel. Daardoor kan een zeer zuinige woning toch een hoge stroomrekening hebben. Het CBS vindt gemiddeld wel duidelijke verschillen in energielevering tussen labelklassen. Die gemiddelden zeggen echter niet wat één specifiek huishouden zal verbruiken.
Onderzoek toont een verschil tussen theorie en praktijk
Een Nederlands onderzoek van Majcen, Itard en Visscher onder ongeveer 200.000 woningen vond dat slecht gelabelde woningen gemiddeld minder energie gebruikten dan destijds berekend. Energiezuinige woningen gebruikten juist meer dan de theoretische verwachting. Het onderzoek verscheen in 2013 en had betrekking op de oude labelmethode. De resultaten bewijzen dus niet dat de huidige NTA 8800 dezelfde afwijkingen heeft, maar laten wel zien waarom een theoretisch label geen factuurvoorspelling is. Gebruik een energielabel vooral ter indicatie.
Bewonersgedrag kan een deel van de technische besparing tenietdoen. Aydin, Kok en Brounen (2017) vonden in een onderzoek onder 563.000 Nederlandse huishoudens een zogenoemd reboundeffect van 26,7% bij eigenaar-bewoners en 41,3% bij huurders. Na verbetering van de energie-efficiëntie werd dus een deel van de mogelijke besparing gebruikt voor extra comfort.
Dat verklaart wellicht ook de cijfers uit het onderzoek van Majcen en anderen: mensen in een slecht geïsoleerde woning passen hun gedrag aan om de energierekening te verlagen, terwijl mensen in een goed geïsoleerde woning opteren voor wooncomfort.
De woningopname blijft mensenwerk
Een adviseur moet veel kenmerken vaststellen en interpreteren. Goed bewijs en een nauwkeurige opname zijn daarom belangrijk. In een klein spiegelonderzoek uit 2022 lieten RVO en het ministerie van BZK vier woningen door meerdere adviseurs opnemen. Bij drie woningen ontstonden verschillende labelklassen. Geen van de elf onderzochte opnamen was volledig foutloos. Het onderzoek noemt tijdsdruk, ontbrekend bewijs en verschillende interpretaties als mogelijke oorzaken.
Door de zeer kleine steekproef kun je deze uitkomst niet naar alle energielabels of adviseurs vertalen. Het onderzoek laat wel zien dat opname-, interpretatie- en invoerfouten in individuele dossiers kunnen voorkomen. Controleer daarom het labeldocument en meld feitelijke fouten snel bij het adviesbedrijf. Vooral bij een score dicht bij een labelgrens kan een verkeerd oppervlak, gemiste isolatielaag of fout ingevoerde installatie invloed hebben op de letter.
Het label kent inhoudelijke grenzen
Het label beoordeelt de energieprestatie van het gebouw, niet alle gevolgen voor milieu en gezondheid. Hout en pellets hebben op het label bijvoorbeeld geen lokale fossiele CO₂-uitstoot, omdat hout als biogene brandstof wordt behandeld. Dat betekent niet dat houtstook geen CO₂, fijnstof of andere luchtverontreiniging veroorzaakt.
Ook de herkomst van ingekochte elektriciteit wordt gestandaardiseerd verwerkt. Een persoonlijk contract voor groene stroom verandert de woningklasse daarom niet. Zulke keuzes kunnen wel invloed hebben op je persoonlijke klimaatvoetafdruk.
Voordelen van het energielabel voor woningen
Ondanks de vele beperkingen van het energielabel heeft het wel degelijk meerwaarde. Het energielabel geeft kopers, huurders, eigenaren en verhuurders een gestandaardiseerd overzicht van de energetische kwaliteit van een woning. Het maakt zichtbaar waar warmte verloren gaat en welke vaste installaties aanwezig zijn. Het label heeft dus een informatiefunctie en is daarom verplicht bij:
Oplevering van een nieuwe woning;
Verkoop;
Nieuwe verhuur;
Verkoop of verhuur van een recreatiewoning;
Verkoop of verhuur van een beschermd monument;
Bepaalde grote renovaties vanaf 29 mei 2026;
Verlenging of vernieuwing van een huurovereenkomst vanaf 29 mei 2026.
Niet ieder gebouw heeft een label nodig. Volgens de Rijksoverheid gelden uitzonderingen voor onder meer vrijstaande gebouwen tot 50 m², tijdelijke gebouwen die maximaal twee jaar worden gebruikt en gebouwen zonder energiegebruik voor klimaatregeling. Ook bepaalde recreatiewoningen, religieuze gebouwen en agrarische of industriële opslagruimten kunnen zijn vrijgesteld.
Kostprijs energielabel verbeteren
Er bestaat geen vaste prijs voor één stap omhoog. Het energielabel volgt uit de berekende hoeveelheid fossiele energie per vierkante meter. Daardoor kan één maatregel voldoende zijn om een grens te passeren, terwijl dezelfde maatregel bij een andere woning niet tot een nieuwe labelletter leidt. Laat daarom vóór een grote verbouwing berekenen welke combinatie van maatregelen bij jouw woning waarschijnlijk de gewenste labelsprong oplevert.
Zonnepanelen en een warmtepomp kunnen het berekende fossiele energiegebruik sterk verlagen. Toch is het meestal verstandig om eerst het warmteverlies te beperken. Een warmtepomp werkt efficiënter in een goed geïsoleerde woning en kan dan vaak kleiner worden uitgevoerd. Is de cv-ketel aan vervanging toe, vergelijk een nieuwe ketel dan ook met een hybride of volledig elektrische warmtepomp. Vervang een goed werkende ketel niet uitsluitend om één labelletter te winnen.
Rekenvoorbeeld: een tussenwoning uit 1961
Voor een concreet scenario gebruiken we een onderzoek dat Brainbay in 2025 voor Nationale Hypotheek Garantie uitvoerde. De voorbeeldwoning is een tussenwoning uit 1961 met 106 m² woonoppervlak, dubbelglas, een cv-ketel uit 2012 en energielabel D. Brainbay berekende twee routes:
Dak-, spouwmuur- en vloerisolatie brengen de woning naar verwachting van energielabel D naar B.
Dezelfde isolatie, aangevuld met twaalf zonnepanelen en vervanging van de cv-ketel, brengt de woning in het model naar energielabel A.
Het geraadpleegde Brainbay-rapport noemt mei 2025 als peildatum van de gemodelleerde woningwaarden, maar vermeldt geen afzonderlijke peilmaand voor de kosten. Voor deze indicatieve actualisatie nemen we mei 2025 ook als uitgangspunt voor de kosten en indexeren we die met de consumentenprijsindex van het CBS.
De gemodelleerde waardestijging indexeren we met de landelijke prijsindex voor bestaande koopwoningen van mei 2025 tot juli 2026. De subsidie is gebaseerd op de gemiddelde subsidievoorbeelden van Milieu Centraal voor dak-, vloer- en spouwmuurisolatie.
| Alleen isoleren | Isoleren en installaties | |
|---|---|---|
| Verwachte labelsprong | D naar B | D naar A |
| Bruto investering, prijspeil 2026 | Circa € 9.000 | Circa € 15.900 |
| Indicatieve ISDE voor de drie isolatiemaatregelen | Circa € 2.620 | Circa € 2.620 |
| Kosten voor een nieuw energielabel | Circa € 300 | Circa € 300 |
| Zelf te betalen na subsidie | Circa € 6.700 | Circa € 13.600 |
| Modelmatige extra woningwaarde, prijspeil juli 2026 | Circa € 17.900 | Circa € 24.300 |
In dit voorbeeld lijkt de waardestijging groter dan het bedrag dat je zelf betaalt. Financieringsrente, afwerking, noodzakelijk herstel, ventilatieaanpassingen en lokale prijsverschillen zijn niet in de berekening opgenomen. De verwachte labelsprongen komen bovendien uit het rekenmodel dat in 2025 gold. Een energieadviseur moet met de actuele methode voor 2026 vaststellen of de woning daadwerkelijk label B of A bereikt.
Hoeveel woningwaarde levert een beter energielabel op?
Het onderzoek van Brainbay en NHG omvatte 15.000 recent verkochte grondgebonden woningen met energielabel B tot en met G en een waarde tot de toenmalige NHG-grens van € 450.000. Bij volledige isolatie bedroeg de gemiddelde investering in 2025 € 9.400 en de berekende waardestijging € 16.900.
Bij 85% van de doorgerekende woningen was de gemodelleerde waardestijging minstens even groot als de investering. Bij isolatie plus installatieverbeteringen ging het om een gemiddelde investering van € 14.900 en een waardestijging van € 23.700. In dat scenario werd bij 88% van de woningen minstens de volledige investering in de modelwaarde teruggezien.
Vooral woningen met een slecht of middelmatig startlabel hadden veel ruimte voor verbetering. Bij woningen met label D bedroeg de modelmatige waardestijging door isolatie gemiddeld 227% van de investering. Een kleine maatregel leverde daarentegen niet altijd een hogere modelwaarde op. Als de berekende energieprestatie binnen dezelfde labelklasse bleef, veranderde de waarde in het model soms niet.
Ook ander onderzoek ondersteunt dat kopers energiezuinigheid in de prijs verwerken. Aydin, Brounen en Kok vonden in een peerreviewed Nederlands onderzoek uit 2020 dat een verbetering van de energie-efficiëntie met 10% samenhing met ongeveer 2,2% meer woningwaarde. De onderzoekers controleerden dit onder meer met herhaalde verkopen van dezelfde woningen.
Het onderzoek gebruikte wel oudere marktgegevens. Deze onderzoeken wijzen erop dat een betere energieprestatie zich vaak gedeeltelijk of volledig in de woningwaarde vertaalt. Ze garanderen echter niet dat de verduurzamingskosten bij iedere woning volledig worden terugverdiend.
Energielabel voor apparaten
Hierboven ging het over het energielabel van een woning. Dat geeft een gestandaardiseerde indruk van de energieprestatie, maar bepaalt niet hoe hoog je energierekening werkelijk is. Ook huishoudelijke apparaten hebben een Europees energielabel en beïnvloeden je stroomverbruik. Dit label helpt je het gestandaardiseerde energie- en waterverbruik van vergelijkbare producten te vergelijken.
Voor koelkasten, vaatwassers, wasmachines, was-droogcombinaties en beeldschermen geldt sinds 1 maart 2021 de schaal A tot en met G. Lichtbronnen volgden op 1 september 2021. Wasdrogers kregen op 1 juli 2025 een nieuw A-G-label. Sinds 20 juni 2025 hebben ook nieuwe smartphones en tablets een Europees energielabel.
Niet iedere productgroep is al opnieuw ingedeeld. Bij ovens, verwarmingsapparaten en bepaalde airconditioners kun je nog labels met plusklassen tegenkomen.
Wat zegt het energielabel van een apparaat?
De letterklasse is een samenvatting. Het absolute verbruik is vaak belangrijker. Een zeer grote koelkast met label A kan per jaar meer stroom gebruiken dan een veel kleinere koelkast met label C. Via de QR-code kom je in de Europese EPREL-database. Daar vind je de officiële productinformatie die de leverancier heeft geregistreerd.
De fabrikant of importeur is verantwoordelijk voor de juistheid van die gegevens. In Nederland houdt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit hierop toezicht. De Europese Rekenkamer concludeerde in 2020 dat energielabelmaatregelen effectief bijdragen aan energiebesparing.
Energielabel voor wasmachines
Het energielabel voor wasmachines vermeldt onder meer:
De energieklasse A tot en met G;
Het stroomverbruik per 100 wascycli;
Het waterverbruik per cyclus;
De capaciteit in kilogram;
De programmaduur;
De centrifuge-efficiëntie;
Het geluidsniveau.
De meting is gebaseerd op het Eco 40-60-programma. Gebruik je meestal korte, intensieve of zeer warme programma’s, dan kan het werkelijke verbruik hoger zijn. Je kunt het jaarverbruik schatten door het aantal wasbeurten per jaar te delen door honderd en te vermenigvuldigen met de kWh-waarde op het label.
Energielabel voor was-droogcombinaties
Een was-droogcombinatie toont afzonderlijke informatie voor alleen wassen en voor de volledige cyclus van wassen en drogen. Let goed op welke waarde je vergelijkt. Het volledige programma gebruikt doorgaans aanzienlijk meer stroom en water dan alleen wassen. Vergelijk daarom niet uitsluitend de letterklasse, maar ook het verbruik per honderd volledige cycli.
Energielabel voor wasdrogers
Sinds juli 2025 gebruiken nieuwe wasdrogers de schaal A tot en met G. Het label vermeldt het energieverbruik per honderd droogcycli, de capaciteit, programmaduur, condensatie-efficiëntie en geluidsemissie. Een oud A+++-label en een nieuw A-G-label zijn niet rechtstreeks met elkaar vergelijkbaar. Kijk naar het verbruik in kWh en controleer welk labelsysteem is gebruikt.
Energielabel voor vaatwassers
Het energielabel voor vaatwassers is gebaseerd op het ecoprogramma. Het vermeldt:
Het stroomverbruik per honderd cycli;
Het waterverbruik per cyclus;
Het aantal standaardcouverts;
De programmaduur;
Het geluidsniveau en de geluidsklasse.
De test wordt gedaan met verschillende soorten servies.
Energielabel voor koel- en vriesapparaten
Bij koelkasten en vriezers staat het geschatte stroomverbruik per jaar op het label. Daarnaast zie je de inhoud van de koel- en vriesvakken en het geluidsniveau.
Het werkelijke verbruik hangt af van de omgevingstemperatuur, ingestelde temperatuur, ventilatieruimte, ijsvorming en hoe vaak je de deur opent. Vergelijk apparaten met een vergelijkbare inhoud en functie.
Energielabel voor airconditioners
Airconditioners gebruiken nog niet allemaal de nieuwe A-G-schaal. Op het label staan onder meer het nominale vermogen, seizoensrendement, energiegebruik en geluidsniveau. Vergelijk een mobiele monoblockairco niet alleen op letterklasse met een vast splitsysteem. De constructie en testvoorwaarden verschillen. Kijk ook naar het berekende jaarverbruik, het koelvermogen en de seizoensgebonden efficiëntie.
Energielabel voor lampen
Sinds 1 september 2021 hebben lichtbronnen een label van A tot en met G. Het label vermeldt het stroomverbruik per duizend branduren. Een moderne ledlamp kan label C, D, E of F hebben en toch veel zuiniger zijn dan een oude halogeenlamp. De Europese schaal is bewust streng gemaakt om ruimte te laten voor toekomstige verbetering. Vergelijk eerst de lichtopbrengst in lumen en daarna het stroomverbruik. Twee lampen zijn pas echt goed vergelijkbaar als ze ongeveer evenveel licht geven.
Energielabel voor televisie- en computerschermen
Het label voor beeldschermen vermeldt het verbruik per duizend uur bij standaardbeeld, oftewel SDR. Bij televisies kan ook het verbruik bij HDR-weergave worden vermeld. Verder zie je de schermgrootte en resolutie. Een groter scherm gebruikt doorgaans meer energie. Vergelijk daarom niet alleen de letter, maar ook het absolute kWh-verbruik en de schermdiagonaal. Het werkelijke verbruik hangt mede af van helderheid, beeldmodus en gebruiksduur.
Energielabel voor smartphones en tablets
Sinds 20 juni 2025 hebben nieuwe smartphones en tablets een Europees A-G-label. Het label vermeldt naast de energie-efficiëntie onder meer:
De gebruiksduur per batterijlading;
Het aantal laadcycli waarna een minimale capaciteit overblijft;
Valbestendigheid;
Repareerbaarheid;
Bescherming tegen stof en water.
Hier gaat het dus niet alleen om stroomverbruik. Een toestel dat langer meegaat en beter te repareren is, kan over de volledige levensduur een gunstiger keuze zijn.
Energielabel voor banden
Het Europese bandenlabel gebruikt sinds mei 2021 de klassen A tot en met E voor rolweerstand en grip op een nat wegdek. Het externe rolgeluid wordt weergegeven in decibel en in geluidsklasse A tot en met C. Sommige banden hebben daarnaast een symbool voor grip op sneeuw of ijs. De rolweerstand beïnvloedt het brandstof- of elektriciteitsverbruik, maar het label zegt niet alles over een band. Droge grip, slijtage, levensduur en bestuurbaarheid staan niet volledig op het label. Via de QR-code kun je de geregistreerde gegevens in EPREL controleren.
Energielabel voor auto’s
Nieuwe personenauto’s hebben een Nederlands energielabel van A tot en met G. In het systeem dat in 2026 geldt, is de labelletter gebaseerd op de officiële CO₂-uitstoot aan de uitlaat, vergeleken met auto’s van ongeveer dezelfde grootte. Bij volledig elektrische auto’s is die uitstoot nul. De letter is daardoor geen goede maat voor het absolute energieverbruik.
Vergelijk daarom ook het WLTP-brandstof- of stroomverbruik per 100 kilometer. Vanaf 1 januari 2027 wordt het stroomverbruik een verplicht informatieveld op het Nederlandse autolabel. De BPM, bijtelling en motorrijtuigenbelasting volgen afzonderlijke fiscale regels en worden niet rechtstreeks door de labelletter bepaald.
De officiële waarden komen uit gestandaardiseerde WLTP-tests. Die zijn nuttig om auto’s te vergelijken, maar het werkelijke verbruik hangt af van de snelheid, temperatuur, belading, banden, rijstijl en gebruik van verwarming of airconditioning. TNO rapporteerde in 2025 over Nederlandse praktijkgegevens uit 2024 dat het werkelijke verbruik afwijkt van de WLTP-waarden. Bij elektrische auto’s liep het gemiddelde verschil volgens TNO op van 13% in 2020 tot 22% in 2024. Ook bij benzine- en dieselauto’s nam het verschil vanaf 2022 weer toe.
Veelgestelde vragen over het energielabel
Wanneer is een energielabel verplicht?
Een geldig energielabel is onder meer verplicht bij oplevering, verkoop en nieuwe verhuur. Sinds 29 mei 2026 geldt de verplichting ook bij verkoop en verhuur van beschermde monumenten, bepaalde grote renovaties en verlenging van een huurovereenkomst. Er bestaan uitzonderingen voor enkele bijzondere gebouwtypen.
Wat kost een energielabel?
Volgens onze prijsinventarisatie uit 2026 kost een energielabel voor een gemiddelde woning ongeveer € 300 tot € 450. De prijs hangt af van de woning, beschikbare documenten, reistijd en het tarief van de adviseur. RVO schrijft geen vaste prijs voor.
Kan ik zelf mijn energielabel berekenen?
Je kunt online een indicatie maken, maar daarmee krijg je geen officieel energielabel. Voor registratie moet een gediplomeerde energieadviseur de woning opnemen en de berekening volgens NTA 8800 uitvoeren.
Hoe lang blijft een energielabel geldig?
Een geregistreerd energielabel blijft tien jaar geldig. De vervaldatum staat op het label. Verbouwingen maken het label niet automatisch ongeldig, maar een nieuw label kan nodig zijn als je de verbeterde woningprestatie officieel wil laten vastleggen.
Kan ik mijn energielabel verbeteren met zonnepanelen?
Zonnepanelen kunnen de berekende fossiele energiebehoefte verlagen. Hoe groot het effect is, hangt af van het vermogen, de woninggrootte en de overige kenmerken. Een vast aantal zonnepanelen garandeert daarom niet een bepaalde labelsprong.
Voorspelt het energielabel mijn energierekening?
Nee. Het label gebruikt gestandaardiseerde aannames over bewoners, klimaat en gebruik. Je werkelijke rekening hangt ook af van gedrag, binnentemperatuur, warmwatergebruik, apparaten en energieprijzen.
Heeft een groen stroomcontract invloed op het energielabel?
Nee. Een energiecontract is persoonsgebonden en kan bij een verhuizing worden gewijzigd. Alleen gebouwgebonden eigenschappen en installaties worden in het woninglabel verwerkt.
Hebben erfgenamen een energielabel nodig bij verkoop?
Ja. Als erfgenamen een woning verkopen, gelden dezelfde labelverplichtingen als bij iedere andere verkoop. Controleer tijdig of nog een geldig label geregistreerd staat.
Welk label is nodig voor een woning met een winkel?
Ieder afzonderlijk gebruiksdeel heeft het passende energielabel nodig. Het woongedeelte krijgt een energielabel voor woningen. Voor het winkelgedeelte kan een energielabel voor utiliteitsbouw nodig zijn.
Wie houdt toezicht op energielabels?
De Inspectie Leefomgeving en Transport controleert de energielabelplicht voor gebouwen en houdt toezicht op de Europese regels voor bandenlabels. De NVWA controleert energielabels van consumentenproducten. Bij het autolabel hebben de ILT en de RDW uitvoerings- en handhavingsrollen. De RDW beheert onder meer de benodigde voertuiggegevens.