Water

Een zonneboiler of warmtepomp kan gebruikt worden om water te verwarmen. Beide apparaten wekken uitsluitend duurzame energie op en hebben een hoog rendement. Ook kunnen ze gebruikt worden om het huis te verwarmen. Een zonneboiler werkt samen met zonnepanelen die bijvoorbeeld op het dak geïnstalleerd zijn. Een warmtepomp maakt gebruik van warmte uit de lucht, bodem of water.

Zonneboiler
Een zonneboiler vervult dezelfde functie als een cv- of hr-ketel, maar maakt gebruik van zonne-energie. Zonnepanelen vangen zonlicht op en zetten dit om in zonne-energie. Deze zonne-energie wordt overgebracht naar de zonneboiler, die de energie gebruikt om water te verwarmen. Sommige boilers verwarmen daarnaast ook het huis. Hoewel een zonneboiler veel water kan verwarmen, is het vaak niet voldoende voor het hele huishouden. Om deze reden wordt de zonneboiler meestal ondersteund door een ketel die werkt op gas of elektriciteit van het reguliere gas- of stroomnet.

Een gemiddelde zonneboiler kost tussen de 500 en 3500 euro. Op dit moment is het voor particulieren niet mogelijk om subsidie aan te vragen voor de aanschaf van een zonneboiler. Vanuit de overheid zijn er wel verschillende regelingen die mensen stimuleren om bijvoorbeeld een zonneboiler te kopen. Zo kan er een vrijstelling voor de energiebelasting worden aangevraagd wanneer er een zonneboiler in het huis geïnstalleerd is.

Warmtepomp
De warmtepomp is een installatie die warmte onttrekt uit de bodem, lucht of het (grond)water. Een warmtepomp kan zowel het huis als water verwarmen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen een warmtepomp die alleen het huis verwarmt, een pomp die ook water verwarmt en een hybride warmtepomp die samenwerkt met een cv- of hr-ketel. Een waterpomp heeft elektriciteit nodig, maar de energieopbrengst is ongeveer vijf keer zo hoog als het verbruik. Een pomp die warmte onttrekt uit grondwater voorziet meestal een hele wijk van warmte. De pomp haalt grondwater omhoog, onttrekt warmte en pompt het water weer terug de grond in.

Warmtepompen die individuele huishoudens of gebouwen verwarmen, onttrekken meestal warmte uit de bodem of lucht. Dit zijn flinke installaties: een warmtepomp voor één huishouden is ongeveer even groot als een flinke koelkast. Daarnaast maakt de warmtepomp redelijk wat geluid. Om deze reden moet een warmtepomp in een geluidsdichte ruimte geplaatst worden.

Een warmtepomp die warmte uit de bodem haalt, heeft een slang die zeventig tot 300 meter onder de grond gaat. Door de slang wordt een vloeistof gepompt, die in de bodem langzaam wordt opgewarmd. Wanneer de vloeistof weer omhoog wordt gepompt, kan het huis met deze warmte verwarmd worden. In tegenstelling tot de warmtepomp die warmte onttrekt uit grondwater, is dit een gesloten systeem. Wanneer buitenlucht gebruikt wordt als bron voor warmte, moet er een warmtewisselaar geïnstalleerd worden op het dak of in de tuin.

Een gespecialiseerde installateur moet bepalen welk type warmtepomp het meest geschikt is voor de situatie. Met een warmtepomp is het mogelijk om bij de overheid een vrijstelling voor de energiebelasting aan te vragen.