RES4LIVE en de hoop om de agrarische sector te verduurzamen

  • Algemeen
RES4LIVE en de hoop om de agrarische sector te verduurzamen

Met Horizon 2020 willen zowel de Nederlandse overheid als de Europese Commissie innovatie en wetenschap stimuleren. Horizon 2020 heeft een totaalbudget van ongeveer 80 miljard euro. In het kader van Horizon 2020 startte op 1 oktober 2020 het project RES4LIVE. Dit project wil weer geïntegreerde en hernieuwbare energiebronnen in de veehouderij introduceren en korte metten maken met het gebruik van fossiele brandstoffen of het gebruik ervan drastisch verminderen. Tegelijkertijd wil het project het thermisch comfort van de dieren minstens behouden, maar als het kan ook verhogen. Het project loopt van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2024. Het project beschikt over een budget van ongeveer 5 miljoen euro. Bij het project zijn zeventien partners uit acht verschillende landen betrokken.

Duurzame omslag in de intensieve veehouderij

Met RES4LIVE worden er verschillende duurzame technieken ontwikkeld en gedemonstreerd bij vier verschillende pilootbedrijven. Het gaat om een leghennenbedrijf in Griekenland, een Italiaanse varkenshouderij, een Belgische varkenshouderij en een Duitse melkveehouderij. Het project concentreert zich dan ook voornamelijk op de energie-intensieve veeteeltbedrijven met hoofdzakelijk pluimvee, melkvee en varkens. Dit is absoluut noodzakelijk, want in de intensieve veeteelt wordt er nog steeds heel veel brandstof gebruikt. Deze energie is bijvoorbeeld nodig voor ventilatie, verlichting, verwarming, koeling en luchtwassers. Daarnaast hebben ook landbouwvoertuigen als tractoren veel energie nodig.

Uitdagingen van het RES4LIVE-project

Het gebruik van fossiele brandstoffen in de agrarische sector blijft hoog, terwijl dit een belangrijke bron is van broeikasgasemissies. De intensieve veehouderij is daarbij een van de meest energieverslindende subsectoren van de landbouw. Een duurzame veehouderij is dan ook cruciaal om de klimaatdoelstellingen te halen. Volgens de onderzoekers nemen de duurzame kansen voor landbouwers toe omdat hernieuwbare energiebronnen steeds efficiënter en betaalbaarder worden.

Desondanks heeft de intensieve veeteelt nood aan passend advies, investeringssteun en bewezen oplossingen. Tegelijkertijd gaat er steeds meer aandacht naar het welzijn van de dieren en daar mogen duurzame oplossingen geen afbreuk aan doen. Met het RES4LIVE-project willen de onderzoekers oplossingen bieden en zorgen voor een brede toepassing van de bestaande technologieën. Hiermee wil men belangrijke stappen zetten naar een intensieve veeteelt zonder fossiele brandstoffen. De vier hoofddoelstellingen van het RES4LIVE-project zijn:

  • De aanpassing en selectie van machines en veelbelovende energietechnologieën die geschikt zijn voor de duurzame veehouderij
  • Het ontwerpen, installeren en testen van systemen aan de hand van pilootbedrijven
  • Het beoordelen op verschillende niveaus
  • Impact voor en een maximale betrokkenheid van de belanghebbenden genereren

Pilootprojecten in vier landen

In Griekenland verricht men onderzoek naar de combinatie van een warmtepomp met PVT-zonnepanelen. Dergelijke fotovoltaïsche-thermische panelen kunnen naast zonne-energie ook warmte opwekken en bestaan in verschillende vormen, waarbij sommige panelen focussen op de warmteopbrengst en andere panelen op de elektriciteitsopbrengst. De gegenereerde warmte is onder meer noodzakelijk voor het broedproces. De lucht-lucht warmtepomp helpt tegelijkertijd de lucht te ontvochtigen om hittestress bij de dieren te voorkomen.

In België pakt men het gelijkaardig aan, maar bij het Italiaanse project gebruikt men dan weer geothermische energie. En in Duitsland kiest men ervoor om op boerderijschaal biogas tot biomethaan op te waarderen. De tractoren worden er ook aangepast zodat ze op biomethaan kunnen rijden.

Al deze geteste technieken zijn eigenlijk niet nieuw en bestaan al langer. Toch worden ze vrijwel nog niet gebruikt in de landbouwsector. Het project wil dan ook vooral bestaande en bewezen technieken introduceren en afstemmen op de agrarische behoeften, zodat ze bijvoorbeeld ook goed werken in stalcondities.

Gehoopte impact van RES4LIVE

Er zullen workshops volgen waarbij de ervaringen en data van de verschillende pilootprojecten wordt gedeeld met landbouwers en leveranciers. Na afloop van het project hopen de technische partners de verschillende systemen op de markt te kunnen brengen en ook daadwerkelijk een reductie van de fossiele brandstoffen in de veehouderij teweeg te brengen.

Ook in Nederland is er werk aan de winkel

De Nederlandse landbouwsector is al langer aan het verduurzamen. Landbouwers verbruiken steeds minder energie en leveren vaak ook zelf energie. Onze melkveebedrijven hebben nog steeds een vrij groot aandeel in de uitstoot van de overige broeikasgassen, maar de daling is al enige tijd ingezet. Bovendien staat Nederland volgens een in Nature verschenen onderzoek in de top 5 van landen met de meest duurzame voedselsystemen. De overheid doet daarbij het een en ander om duurzaam boeren aan te moedigen. In maart 2021 zijn er bijvoorbeeld drie nieuwe GLB-pilots gestart waarbij onderzoek wordt gedaan naar nieuwe en duurzame landbouwmethodes. Desondanks is de weg nog steeds lang. En zal dit uiteraard grote investeringen vergen.

Uit een doorrekening van de plannen van de vereniging Milieudefensie door CE Delft zal een verduurzaming van de landbouw, conform de klimaatdoelen, namelijk zo’n 2,6 miljard euro kosten. De veestapel zal bovendien met ongeveer 60% moeten krimpen, er zouden 7.300 banen verloren gaan en vlees zal flink duurder worden. Of dergelijke plannen kunnen worden uitgevoerd, is een goede vraag. Uiteindelijk spelen ook andere factoren als een gegarandeerde voedselbevoorrading, de economie en werkgelegenheid een rol.

De politieke wereld is er zich steeds meer van bewust dat het ook zelf verantwoordelijk is. Ook de publieke opinie lijkt steeds beter te begrijpen dat de landbouwsector de afgelopen decennia enkel hebben gedaan wat supermarkten, consumenten en Europese subsidies van hen vroegen: zo goedkoop mogelijk en nietsontziend voedsel produceren en leveren. Beleidsmakers lijken te begrijpen dat – zeker nu landbouwers, milieu en natuur in de problemen komen – er ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid is om de landbouwer te helpen te verduurzamen. Projecten die op zoek gaan naar oplossingen, zoals het RES4LIVE-project, zijn een eerste stap in de goede richting. Dit doet echter geen afbreuk aan de andere behoeften, zoals het verduurzamen van het subsidiebeleid en het bieden van prijsprikkels die milieuvriendelijk produceren en consumeren aantrekkelijker moeten maken.

Veelgestelde vragen over duurzame landbouw en het RES4LIVE-project

Wat is het probleem met de landbouw in Nederland?

Het duurzaamheidsprobleem gaat verder dan alleen het gebruik van fossiele brandstoffen. Vanaf de jaren ’70 is het bijvoorbeeld duidelijk geworden dat de landbouw in Nederland niet duurzaam is. Er worden te veel grondstoffen, water en energie opgewekt en het milieu, het landschap en de biodiversiteit worden aangetast. Het is rond dezelfde periode dat de alternatieve landbouw is ontstaan, waarbij er bijvoorbeeld geen chemische bestrijdingsmiddelen werden gebruikt. Grootschalig overheidsingrijpen bleef aanvankelijk uit.

Vanaf eind jaren ’90 werd dan weer duidelijk dat bepaalde praktijken ook schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Er werden toen vaak veel dieren op één bedrijf gehouden en dit zorgde voor een groter risico op ziekten en mutaties die schadelijk voor de mens zouden kunnen zijn. Onder meer Q-koorts, in 2007 was er nog een uitbrak in ons land, is op deze manier al besmettelijk geworden voor de mens. Ook het grootschalig gebruik van antibiotica in de veehouderij is schadelijk omdat bacteriën resistent kunnen worden. Sinds de jaren ’70 is er al veel verbeterd, maar veel van deze problemen zijn nog niet volledig weggewerkt.

Wat doet Nederland om de landbouw te verduurzamen?

In het vierde Nationaal Milieubeleidsplan werd de transitie naar een duurzame landbouw opgenomen. De overheid neemt daarbij de stelling in dat ze weinig invloed kunnen uitoefenen op de ontwikkeling van de landbouw en dat het vooral bestaande veranderingsprocessen moet aanmoedigen en stimuleren. Daarom organiseert de overheid, in samenwerking met partners, talloze projecten om de sector van binnenuit te veranderen.

Wat is kringlooplandbouw?

Kringlooplandbouw is een vorm van duurzame landbouw die door sommige milieugroepen wordt geprezen. Bij kringlooplandbouw worden de stoffen die uit een gebied verdwijnen nadien ook weer in het gebied teruggebracht. Wanneer nitraten een gebied verlaten, moeten ze later dus worden teruggebracht. Een voorbeeld hiervan is de mest van het vee die teruggaat naar de plaats waar het veevoer aanvankelijk groeide.

Het voordeel van kringlooplandbouw is dat de uitstoot van stikstoffen met ruim 20% daalt, terwijl de NO3-uitspoeling in het grondwater met ruim 30% afneemt. Anderzijds is het voor de agrarische sector een ongelofelijk grote uitdaging om dit te realiseren. Bovendien strookt kringlooplandbouw niet met het economisch model waarbij voedsel zo voordelig mogelijk moet worden aangeboden.

Wat is de verbrede landbouw?

De verbrede landbouw wordt ook wel eens multifunctionele landbouw genoemd. Hierbij spelen nevenactiviteiten een steeds grotere rol in de landbouwbedrijfsvoering. Landbouwers worden daarbij niet alleen ingeschakeld voor voedselvoorziening, maar bijvoorbeeld ook voor landschaps-, water- en milieubeheer. Daarvoor krijgen zij een vergoeding van de samenleving. Ook andere taken als zorglandbouw, de stalling van dieren en agro-educatie moet landbouwers van andere inkomstenbronnen voorzien. Deze andere inkomstenbronnen compenseren de verliezen ten gevolge van een duurzamere productie, terwijl de samenleving een beroep doet op de opgebouwde expertise van de landbouwsector.

Waarom geeft Europa landbouwsubsidies en waarom is dit controversieel?

De Europese Unie kent de landbouwsector subsidies toe in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GBL). Het aandeel van de landbouwuitgaven in de begroting van de EU bedraagt ongeveer 38%. Deze landbouwsubsidies zijn er in de eerste plaats op gericht om boeren hun inkomen te verhogen, landbouwproducten betaalbaar te houden en de internationale landbouwmarkt te beïnvloeden.

Onder meer de OESO heeft al langer kritiek op de landbouwsubsidies. Zo zorgen landbouwsubsidies voor oneerlijke concurrentie. Europese landbouwers hoeven bijvoorbeeld niet winstgevend te zijn, maar boeren in derdewereldlanden wel. Zij krijgen geen subsidies, maar krijgen wel met dezelfde lage prijzen te maken. Daarnaast moedigt Europa enkel een zo goedkoop mogelijke productie aan. Daarom stelde Zweden al voor om enkel nog subsidies voor milieubescherming toe te kennen. Onder meer Frankrijk, Griekenland en Polen – niet voor niets landen die veel van de Europese subsidies ontvangen – zouden zich sterk tegen deze plannen verzetten.